De ene hond is de andere niet!  (114)

De tien woorden in dit verhaal zijn: kabouter, wolf, meter, donker, buis, zee, diploma, lopen, koning en zeehond

‘Voor het donker is, ga jij naar bed Justin. Morgen moeten we er vroeg weer uit!’, zegt pa. ‘Weet ik , mama zei het, vlak na het avondeten, ook al!
En mijn diploma heb ik ook in de tas gedaan. Ik heb nu een bewijs, dat ik kan zwemmen! Het lijkt me heerlijk om morgen in zee te mogen om mijn kunstjes te laten zien!’

Het hoeft niet nog een keer gezegd te worden, wat Justin moet doen. Al vroeg duikt hij zijn bed in. Maar als je denkt, dat hij rustig slaapt? Vergeet het maar! Eerst denkt hij nog even aan de autorit van morgen. Ze gaan dan naar oom Niels en tante Evelien en…. Jesse, hun zoon! Ze wonen vlak bij de kust met een mooi strand. Ze hebben daar, de laatste keer dat ze er waren, een beest in het water gezien. Wat was dat ook alweer?

Maar de slaap wint het! Hij vertrekt naar het dromenland. Hij is nu op een plaats waar geen water te zien is! Hij is in een bos! Het is eigenlijk best een beetje eng om daar alleen te zijn! Opeens ziet hij iets bewegen. Wat is dat nou?

‘Dag Justin’, zo wordt hij begroet door een klein mannetje, dat eruit ziet als een kabouter. En hij heeft iets in zijn hand. Het is een riem. Aan de andere kant van die riem zit een klein beestje vast. Het lijkt op een hond, maar dat is het niet! Het is een wild beestje. Het wil naar Justin toe. ‘Niet doen Dolf, als die knul ziet wat jij bent, schrikt hij!’ Dan vertelt het kereltje, dat hij kan toveren. Hij had Dolf een aantal weken geleden zien lopen. Je raad het al wat het toen was! Een wolf! Maar dat was hij niet meer, na een toverspreuk van degene, die nu zijn baasje is. Hij veranderde in een lief beestje, dat precies deed wat hij moest doen. ‘Ik zal je nu eens laten zien, hoe Dolf er toen uit zag!’ ‘Nee, dat hoeft niet hoor!’ Justin schrikt wakker. Gelukkig, het was maar een droom! Hij draait zich om en slaapt weer.

Hij schrikt weer, als hij de hond van de buren hoort blaffen. Het is tijd om op te staan en straks op weg te gaan. Er zijn ook meer geluiden. Ook van pa en ma beneden! Eindelijk is het zover, dat ze hun huis kunnen verlaten. Ze zijn op weg. De radio staat aan. ‘Het koningspaar heeft het park verlaten en lopen nu richting het gemeentehuis’, klinkt het uit de luidspreker’. ‘Oud nieuws!’, zegt pa. ‘We reden net langs een park’, zegt ma. Er stonden daar, maar ook hier een aantal hekken. Dat zal toch niet voor niets zijn!’ ‘Ze zijn bezig met de weg, heb je dat niet gezien? Ze zijn bezig met de afvoer! Ik heb net een gleuf van wel 30 meter gezien. Daar zijn ze met een buis bezig! De koning komt echt niet helpen hoor!’ ‘We zijn er bijna, we zijn er bijna!’ roept ma zingend. ‘Maar nog niet helemaal!’, joelt pa.

Ze rijden een stukje langs de kust. Wat ze dan te zien krijgen, weten jullie vast wel! Heel veel water! De ……. Als Justin het het ziet, weet hij meteen weer, wat hij de vorige keer hier gezien had. Een echte zeehond!