De laatste belevenis is minder leuk! (98)

De tien woorden in dit verhaal zijn: hout, koets, elfje, oversteken, slaapkamer, huisnummer, boodschap, stokbrood, water en fietspomp

Lilian heeft de hele dag lekker buiten gespeeld. Niet alleen hoor! Samen met nog 5 schoolvriendinnen. De moeders van 2 van hen waren er ook bij. Zij regelden het vervoer tussen de plaatsen, waar de meiskes zich heerlijk vermaakt hebben!

Het eerste ritje ging naar een heideveld! Prachtig was dat. Het volgende ritje ging een klein eindje verder naar een bos. Daar deden ze allerlei spelletjes. Zo nu en dan werd er wat gedronken en gesnoept.
Toen zij daar mee bezig waren, kwam er op een bospad een jongen aanfietsen. Er werd uitbundig gezwaaid naar elkaar.

Toen hij voorbij gefietst was, klonk er een knal. Allemaal keken ze een beetje geschrokken. De fietser stond naast zijn fiets en bekeek zijn fietsband. Die was zo plat als een dubbeltje. Eén van de moeders wenkte naar hem. Kom hier maar naar toe. Hij begreep het gebaar. Even later zat hij mee te genieten van het lekkers! Hij vertelde, dat hij wel spul bij zich had om de band te plakken, maar geen fietspomp. Het was een vrolijke knul! Er werd veel gelachen. Eén van de meisjes had een stuk hout in haar handen.

“Is het lekker?”, vroeg Wilco. “Lekker? Je ziet toch wel wat het is?” Toen vertelde Wilco, dat zijn zusje een keer een boodschap moest doen bij een bakker. Zij moest koeken halen, 1 witbrood en nog wat. Zij wist niet meer wat het was! Hoe heette dat ook al weer? Dus had zij gevraagd om een stuk brood uit het bos. Men begreep er niets van. Toen riep een kleine jongen: “Zij bedoelt vast een stokbrood!” Iedereen in de winkel had gelachen.

In welk land eten ze dat brood veel?”, vroeg iemand. Toen riep een klein meisje:” In Frankrijk!” Een oude vrouw riep:” Dat die kinderen dat weten. Ik wist het niet. Ik ben ook nooit in het buitenland geweest!” “Vinden jullie dat ook niet raar?”, vroeg Wilco.

“Ik wil later, als ik auto mag rijden, zulke mensen blij maken met een ritje naar het buitenland!” “Een prima idee Wilco. Maar nu gaan we nog naar een zwembad. Opschieten! De tijd houdt geen pauze!” riep een moeder. En daar gaan ze weer. Een klein eindje maar. Het probleem van Wilco werd ook meteen opgelost. De fiets kon achterop een auto geplaatst worden en hij kon als gast verder mee.

Ze rijden een laan in en stoppen bij een bepaald huisnummer. “Hier wonen mijn opa en oma”, werd er geroepen. Ze gingen achterom naar een hek. Daar gingen ze de tuin in en wat zagen ze daar? Dat kun je wel raden! Je kunt er ook zwemmen. Het zit vol water. Vervelen deden ze zich geen momentje. 

Maar ja, aan alles komt een eind. Lilian was moe, toen zij thuisgebracht werd. Als het bedtijd is, gaat ze de slaapkamer in. Zij duikt haar bed in en is zo in dromenland.

In een bos ziet zij een breed pad. Zij hoort iets. Er komt geen fietser aan, maar iets veel mooiers. Een koets! Als die vlak voor haar langs rijdt, stopt hij. “Het elfje kan instappen!”, roept iemand. “Dat ben ik niet”, antwoordt Lilian. Dan gaat de rit verder. Na een paar meter wil iemand oversteken. Lilian schreeuwt: “Pas op!” Ze schrikt wakker, want de deur gaat open en mama komt geschrokken binnen. “Wat  gebeurt er? Schreeuwde jij?” “Ik droomde, dat iemand bijna een ongeluk kreeg!” Ze zucht diep en is meteen weer vertrokken. Hopelijk naar een leukere droom!