Een grapje van mijn broer! (71)

De tien woorden in dit verhaal zijn: panda, mens, hand, haren, poep, zaag, vuist, clown, zee en pauw

Als alle kinderen in de klas op hun plaats zitten, steekt de juf haar hand op.
“Wie weet welk dier dit is?” Ze draait een plaat, die voor in de klas hangt, om. Even is het stil. “Dat is een ijsbeer!”, roept Jennie. “Hij lijkt er wel een beetje op, maar het is niet goed!”
“Jawel ik weet het zeker! Dat heeft mijn grote broer gezegd. Op de plaat staat een ijsbeer met zwarte kleren aan. Een sjaal, sokken en oorwarmers. Dit beest stond op een grote plaat bij een weg langs het strand. Aan de andere kant zagen we de zee met hele grote golven.” “Je broer maakte een grapje.”

Een jongen steekt zijn hand op. “Dat is toch een panda?” “Juist, jij hebt het goed!” Hij steekt zijn vuist omhoog. “Ik heb hem in de dierentuin gezien. Daar waren ook ijsberen!” “Grapjurk”, zegt hij tegen Jennie. “Een ijsbeer kan heel goed tegen de kou!”!

Jennie strijkt met alle vingers door haar haren. Zou John dan ook een grapje gemaakt hebben, toen ze een keer met papa en mama langs een bosje liepen? Er stond een hek omheen. Daarachter liep een grote vogel. Mama zei, dat het een pauw was. Er liepen meer tussen de bomen. Opeens zag Jennie een hele mooie veer. En even later nog meer. Allemaal hadden ze prachtige kleuren. John had toen gezegd dat die vogel die veren rechtop kon zetten. En dat dat prachtig was om te zien! Hij zou haar er wel een keer een foto van geven waar dat opstond.  Zou dat ook niet waar geweest zijn? Hij maakt wel vaker grapjes. Hij heeft zelfs wel eens voor clown gespeeld.

Als ze uit school thuiskomt, kijkt ze of John er al is. Niet in huis; ze loopt naar de tuin. En ja hoor, hij staat bij de buurvrouw in de tuin. Jennie heeft een hekel aan haar. Zij heeft een hondje die veel blaft. Maar altijd roept dat mens: “Je bent braaf!”  John klimt op een trap. En even later hoort zij de buurvrouw zeggen: “Je moet iets verder naar rechts kijken. Ongeveer daar moet de zaag vorig jaar in de heg gevallen zijn.” En ja hoor. Voorzichtig tilt hij hem eruit. Hij ziet Jennie en roept:” Ik kom zo!. Hij geeft het gevallen geval aan de buurvrouw. “Bedankt John!” “Geen dank!”

Hij loopt door haar huis naar zijn eigen huis. Hij laat er ook nog wat achter! Beide schoenen zitten onder de poep van het altijd brave hondje. Dat is in huis van dat beestje wel te zien! Hopelijk vindt zijn vrouwtje John ook braaf! Jennie staat bij de voordeur. “Je heb viezigheid aan je schoenen.” zegt ze. “Dat zal bij de buren ook wel te zien zijn.” Hij doet zijn stappers uit. “Ik maak ze meteen schoon!  Oh ja, ik heb voor jou ijs meegenomen, dat jij lekker vindt. Smul er maar van! Jennie glundert: “Heerlijk!”

Over die ijsbeer vertellen kan later wel! Hopelijk is dat verenverhaal waar! “Zeg John, heb je die foto van die vogel met mooie veren nog?” “Die heb je al! Ik heb hem samen met die andere plaatjes en foto’s aan jou gegeven!” “Oh, zit hij daar tussen? Dat stapeltje ligt nog op mijn bureau!”