Floris zou met oom op het land werken! (97)

 

De tien woorden in dit verhaal zijn: herfst, eikel, kruispunt, tractor, schoen, slof, langzaam, klei, gesp, fluit

De tractor van oom Bruno moet vandaag veel doen! Floris zit erop naast oom. Hij kan alles goed zien. Ze zijn net van de afrit van de boerderij gereden. Ze moeten een poosje wachten, voor ze de weg op kunnen rijden. Het is druk. Eindelijk is het zover. Een chauffeur van een vrachtauto gaat rustiger rijden en geeft een seintje dat er opgereden kan worden.

Een eindje verder moet iedereen langzaam rijden. Er komt een kruispunt in zicht! Bij de zebra staan mensen te wachten om over te steken. De meesten doen dat snel. De allerlaatste is een oude man.
Snel oversteken? Nee hoor! ” Het lijkt wel of zijn schoen los zit. Hij loopt zo voorzichtig”, zegt Floris “Zie je niet, dat hij aan de andere voet een slof heeft. De sleept over de grond. Die zit veel te los. Oh jeetje, nu struikelt hij er ook nog bijna mee! Hij valt gelukkig niet.” Eindelijk, als de man aan de andere kant van de weg is, kunnen er nog een paar auto’s doorrijden.
“Je bent een stomme eikel”, roept er iemand naar de langzaam overgelopen man!” Niet erg vriendelijk he?

Oom Bruno moet nog een eindje rijden, voor hij zijn stuk land bereikt. Niet erg hoor. De natuur ziet er heel mooi uit in de herfst. Vooral in het zonnetje; die geeft alles een extra kleurig uitzicht. Maar ja! Als hij het land op wil rijden, voelt hij een paar regendruppels. Dat had hij niet verwacht! Wel een beetje dom! De lucht, achter hem, is niet grijs, maar bijna zwart. Dat betekent, dat er niet een buitje, maar een stortbui in aantocht is. En om dan te werken in de klei; daar is hij niet zo dol op!

“Zal ik je eens wat vertellen Floris? We gaan terug. De volgende afslag nemen we. We komen dan langs de boomgaard van mijn neef Clement. Hij is daar nu met een aantal helpers fruit aan het plukken. Appels en peren! De plukkers hebben hard gewerkt. Er staan heel veel kisten opgestapeld?

Iedereen kent oom Bruno en weet wat er moet gebeuren. Er wordt snel 1 kist met appels en 1 met peren achter Floris neergezet. De betaling wordt goed geregeld! En dan gaat het verder op weg naar huis!

Floris heeft het hele gedoe verbaasd bekeken. “Wat moet oom met die kisten?” “Oh dat weet jij natuurlijk nog niet! Lars, (dat is zijn zoon) vindt het leuk om dat gezonde voedsel te verkopen.¬† Een aantal dagen in de week verkoopt hij, op een vaste tijd, een uurtje. Vanuit onze schuur. Hij hangt dan een vlag aan de deur. Iedereen in de omgeving weet dat. Er zijn veel liefhebbers. Hij is dus snel uitverkocht.
Lars verdient er een extra zakcentje mee! Hij kan er leuke dingetjes van kopen. De laatste keer heeft hij een heel mooie gesp voor de riem van opa gekocht. Nu wil hij iets moois kopen voor oma.

“Snap je alles?” Floris knikt ja! Meent hij dat?

Als ze thuis aankomen, rijdt oom de schuur in. De deur stond nog open! Floris graait in zijn broekzak en haalt er een fluit uit. Een kleintje natuurlijk! Hij blaast erop. Hij weet, dat Lars meestal komt. En ha hoor, daar is hij! “De kisten met fruit zijn er,” zegt hij. ” Ik wil graag een appel en een peer van je kopen. Hoeveel kost het?” Nu kijkt Lars verwonderd. Als hij het gezicht van zijn vader ziet, lacht hij. “Niks!”, zegt hij. “Hier heb je een halve euro. Niets voor niets, dan verdien je ook niks!” “Zoek dan maar een paar appels en peren uit. Eet er smakelijk van!”