Het oppassen gaat anders dan verwacht. (124)

De tien woorden in dit verhaal zijn: deurklink, lamp, niezen, gooien, libelle, box, trein, haai, druif en kaas

Lenny gaat op de dochter van haar zus Wendy passen. Daarvoor is ze vanmorgen al heel vroeg op de trein gestapt. Als ze bij het oppas-adres aankomt, staat Wendy al met haar jas aan op haar te wachten. Na de begroeting zegt Wendy: ‘Ik heb haast. Mijn bus vertrekt zo! Zou jij Erwin nog vlug even naar school kunnen brengen. Je moet wel direct terug komen, want Senna ligt in de box in de woonkamer. Eventjes alleen liggen kan wel. Zij is heel rustig. Alles wat zij nodig heeft, ligt op de keukentafel. Niet de boterham met kaas, die er in de verpakking bij ligt!’, zegt ze lachend. ‘Geef die alvast maar aan Erwin. Ik ga nu weg. Tot een uur of 5 ben ik weg!’ ‘Goeie reis en veel plezier!’, roept Lenny haar zus nog na. Ze trekt de voordeur dicht. Maar dat had ze niet zo hard moeten doen. Ze staat met de deurklink in haar hand. Het stuk dat er aan vast zat, klettert buiten op de tegels. Ze staat verschrikt te kijken naar dat geval in haar hand.

Erwin schrikt ook zichtbaar. ‘Dom van tante om zo stom te doen!’, roept hij. ‘En jij bent een echte haaibaai met je grote mond. Zo praat je toch niet tegen een tante!’, roept tante boos. ‘Ik ben toch geen haai. Dat is toch een grote vis. Een vis hoeft niet naar school!’ Hij holt naar de keuken en pakt zijn brood. Gelukkig kunnen tante en hij via de achterdeur naar buiten. Tante heeft eerst nog even bij de baby gekeken.
Alles is oke! Als tante de achterdeur op slot doet, begint Erwin te niezen. Een echte niesbui. Het houdt maar niet op. Het is zo erg, dat hij in zijn broek plast. Hij begint te huilen.

‘Wij gaan daar gauw iets aan doen!’ zegt tante. De deur gaat weer open. ‘Doe jij dat natte spul maar uit. Bij de wc kan dat wel. Ik haal boven vlug schone kleding!’ Allebei doen ze hun klusje. Als tante de trap afkomt ziet ze door een raampje iemand iets in de brievenbus gooien. Eerst krijgt Erwin het spul waar hij al op staat te wachten. Hij trekt het gauw aan. Tante kijkt op de klok. Ze komen te laat bij de school, dat is duidelijk. ‘Tante kunnen we mama’s fiets pakken. Hij is bij de fietsenmaker geweest voor een nieuwe lamp!’ ‘Super idee jongen. Jij achterop en ik rijdt je er snel heen! Hopelijk nog op tijd!’ En dat zijn ze gelukkig. Een geluk bij een ongeluk! Dankzij de fiets.

Tante fietst vlug naar huis terug. De baby ligt rustig te slapen. Ze pakt de post uit de brievenbus. Moet daarvoor even om het huis  heenlopen. Je weet waarom. Er zit een damesblad bij, dat ze nu lekker even kan lezen. Als ze terug komt, zet ze koffie. Ze pakt een druif van de tros, die op een schaal ligt. Ze hoeft geen tweede. Lekker is anders. Met het leesblad Libelle, volle koffiekop en een koekje gaat ze naar de kamer. Gaat zitten op een stoel naast het tijdelijke bed. De baby slaapt nog steeds heel rustig!