Je moet wel op tijd stoppen!  (118)

De tien woorden in dit verhaal zijn: fiets, schep, zwaaien, jurk, stalletje, vakantie, beginnen, verkeerslicht, hek en bank

Laila en Rosaline zitten buiten op een bank. Ze hebben uitzicht op een wegkruising. Het zijn niet zulke echt drukke wegen. Er is wel op elke hoek een verkeerslicht te zien. En je weet wat er dan gebeurt. Bij rood, oranje of groen licht! Bij de eerste kleur moet je stoppen. Bij de tweede opletten en de derde verder gaan.

De beide meisjes hebben de grootste lol. Ze hebben elkaar nog veel te vertellen. De vakantie is voorbij. Maandag moeten ze weer naar school. Dan zijn de Paasdagen al weer een tijdje voorbij. Laila had thuis een leuke tijd. Opa en oma zijn een weekje geweest. Ze hebben veel leuke dingen gedaan!

Rosaline heeft met haar ouders een week gekampeerd op een boerderijcamping. Ze heeft weer veel beesten gezien. Varkens, koeien en een aantal paarden.
Gelukkig stond er wel een hek om het kampeerterreintje.

Van praten komt nog niet zoveel. 
De voorbijgangers blijven maar stoppen, wachten en weer doorrijden. Velen zwaaien naar de vrolijke lachenbekjes. “Zal ik eens  beginnen om iets geinigs te vertellen”, vraagt Rosaline. “Ja ik wil het graag horen”, is het antwoord.

“Bij de uitgang van de camping stond iets dat leek op een stalletje. Een heel leuk gekleurd gevalletje. Er werd ijs verkocht in vele kleuren. Veel mensen hadden er kennelijk zin in, want er stond een aardig rijtje. De verkoper was heel druk bezig. Zijn vrouw stond erbij en keek er naar. Ze had net haar schort uitgedaan, want zij stopte met het harde werken. De klant, die nu geholpen wordt, is de laatste vandaag, zei ze. Ik heb het tegen iedereen gezegd, die na hem kwam. Men wist het dus al!

Ze streek met haar hand over haar mooie jurk. De man had kennelijk niet opgelet en gehoord wat zijn vrouw gezegd had. En ook zelf de tijd niet in de gaten gehouden. Hij had net een schep chocoladeijs gepakt. Met de volle hand wilde hij iets zeggen. De hand maakte daarbij een wegwerpgebaar. Daar verdween het ijs, het hoorntje en de rest tussen het publiek. Sommigen lachten, anderen waren boos.

De man keek geschrokken, maar niemand raapte dat schepding op.
Ik zag het geval liggen en zette mijn fiets tegen een boom. Ik raapte het op en gaf het aan de man. Wat ik niet verwacht had, gebeurde. De vrouw bedankte me en weet je wat ik kreeg? Een heerlijk ijsje van haar. En haar man kreeg ook wat. Een aai over zijn bol en ik had lol!