Je moet wel weten wat je doet! (115)

De tien woorden in dit verhaal zijn: paddenstoelen, boom, vos, brandweer, kip, pizza, monster, frietzak, kamer en vreemd

Het duurt niet zo lang meer, dan is het Pasen. In veel winkels liggen alweer vele soorten snoepgoed! Vooral chocolade eieren en eitjes. Sommigen zijn in een mooie verpakking verstopt. Marcel komt uit school en loopt langs een snoepwinkel. Hij blijft even voor de etalage staan In de hoek ziet hij een beest in een doorzichtige verpakking staan. Hij kan niet zien wat het is. Er zitten zoveel lintjes en strikjes aan en omheen.

Het is bijna Pasen. Dan denk je aan eieren. En een ei wordt gelegd door een kip Zou dat het kunnen zijn? Er komt een verkoopster naar buiten. Ze heeft een chocolade eitje in haar hand. ‘Heb je hier zin in?’, vraagt ze. ‘En waar kijk je naar?’ ‘Naar dat monster, daar in de hoek. Zo ziet hij er toch uit! Het lijkt niet op een normaal beest?’ ‘Je hebt gelijk! En het is toch een hele mooie paashaas. Dat zie je inderdaad niet goed. Ik zal het een ander plekje geven. Dan kun je het vast wel goed zien! Bedankt dat je het vertelde. Ik had zelf hier moeten kijken, toen ik het geplaatst had.

Ze steekt haar hand met snoepgoed uit en Marcel pakt het aan. Ze gaat naar binnen en verplaatst het beest. Nu is het goed zichtbaar. Ze komt weer naar buiten en ziet ook, dat alles nu goed is. Haar ogen stralen! ‘Tot ziens!’ zegt ze.

Als hij thuis komt, is het lekkers al op. Hij hoort mama tegen iemand praten. Al gauw heeft hij in de gaten, met wie het is! Mama heeft het mobieltje in haar hand. Ze praat een beetje mopperend. ‘Waarom heb je weer zoveel gedaan op één morgen. De hele kamer goed schoongemaakt. Je ‘moet’ het toch niet! Je doet het jezelf aan! Nu ben je zo erg moe. Ik wil de woorden ‘grote schoonmaak ‘ niet meer horen. Je leerde van jouw moeder, dat alles het hele huis voor Pasen schoon en opgeruimd moest zijn! Dat was heel vroeger bij veel gezinnen de gewoonte. Ik kom je zo halen. Dan eten we hier met elkaar lekkere pizza. Ik heb twee verschillende soorten! Kun je dus ook nog kiezen van welke je een stuk wilt! Tot zo!’

‘Hallo Marcel, houd je jas maar aan. We gaan oma ophalen. We eten dan hier! En zullen we dan daarna even naar het bos gaan?’ ‘ Is dat niet gevaarlijk. Men heeft er vorige week toch een vos gezien!’ ‘Dat dacht men. Maar het bleek een hond geweest te zijn! Een magere, die veel op dat wilde beest leek! Wat heb jij gegeten? Je mondhoeken zijn bruin. Vertel het direct  in de auto maar. We gaan nu rijden.’

Er wordt geblaft. Het is Rekel, het hondje van Marcel. ‘Zet jij je woefie even aan het riempje? Hij wil nu dolgraag mee!  Hij heeft het woordje bos gehoord. Hij denkt, dat we daar nu  naar toe gaan. Dat duurt nog een poos. Eerst oma halen.

Als ze oma bij haar huis zien, kijken ze, of ze een vreemde zien! Oma heeft haar  grijze haar gewassen. Boven op het hoofd is het nu samengebonden tot een knot. Het ziet er zo vreemd uit. Oma sluit de deur en kan de auto in. Haar dochter opent de autodeur en laat oma instappen. 

‘Na het eten willen wij nog even naar het bos!’ Oma vindt het ook fijn. ‘Kun je je haar lekker los laten wapperen. Droogt het goed op! Nu eerst eten voor we op stap kunnen. Na een  uurtje is het zover.

In de natuur lopen is heerlijk! Oma loopt dapper mee! Maar wat gebeurt daar nu? Ze zien een jonge man. Hij is bezig, staande op een trapje, dingen vast te zetten in een mooie grote boom. Op verschillende plaatsen is dat al gelukt. Hij wiebelt zo nu en dan op het trapje. Wat zijn dat toch voor dingen? ‘Het lijken wel paddenstoelen’, zegt Marcel. ‘Dat zijn het ook, mijn zelfgemaakte metalen kunstwerkjes!’, zegt de man. ‘Mooi he?’ Hij heeft iets in zijn hand en er komt een vlammetje uit. ‘Ik moet ze goed vastlassen. Dit is de laatste!’ Hij bergt de spullen die hij gebruikt heeft snel op in de auto en vertrekt.

Marcel staat  omhoog te kijken. Hij ruikt een vreemd luchtje. Brandt er iets? Hij roept: ‘Mama, het stinkt hier!’. De eerste kleine vlammetjes zijn te zien! Mama belt meteen  het nummer van de brandweer. Die komt heel snel en de mannen voorkomen een grote brand. En de stiekeme werker. Die krijgt zijn straf. Er zijn genoeg mensen die hem en zijn auto gezien hebben. Ook een lege frietzak onder de knutselplek  was van hem. De naam van de verkoper van het friet stond erop!

En de ‘kunstwerkjes’. Die zaten er al gauw niet meer in. De stiekeme  maker had zeker gedacht, dat hij de natuur mooier kon maken!