Jiri heeft een probleem! (104)

De tien woorden in dit verhaal zijn: broek, rups, chocolade, knutselen, eindstreep, prins, geld, zand, klok en fiets

Het is een regenachtige middag. Lars gaat op zolder, samen met zijn vader, knutselen. Hij helpt pa om een klok te repareren. Die was per ongeluk van de schoorsteenmantel geduwd. Gelukkig liep hij nog precies op tijd. Alleen het houten sierwerk eromheen was beschadigd. Het is een nauwkeurig werk om dat te repareren. Er moet veel geplakt worden. Maar dat kan Lars heel goed!

Als ze elkaar goede morgen gewenst hebben, zegt pa: “Die scheur in je broek, dat is modern he?” Lars reageert kortaf. “Jullie zien ook alles. Toen ik vanmorgen thuiskwam, begon mams er direct over. Zij mopperde op mij. Ik heb toen gezegd , dat het heel hip is. Zij vond het maar niks.”

Even is het stil.

“Pa, … vanmorgen heb ik zo iets raars meegemaakt. Ik was al vroeg met  Jiri, een jongen uit mijn klas, op de fiets een ritje aan het maken. We knabbelden lekker op een stukje chocolade, dat ik meegenomen had. Bij café “de Prins” zijn ze bezig de oprit te vernieuwen. Er ligt daar veel zand op de weg. Ook op het fietspad. Jiri reed ineens heel langzaam. Ik vroeg hem een beetje harder te rijden. Je bent toch geen rups. Ik bedoelde natuurlijk een slak. Jij zegt toch vaak, als iemand te langzaam rijdt, brr weer zo’n slakkengangetje! Jiri fietste niet sneller, maar stapte af. Hij begon te janken en riep: “Ik wil dit geld niet!” Hij pakte een briefje van 10 euro uit zijn zak en gooide het in een struik naast hem!

“Het is niet eerlijk verdiend. Ik heb me erin laten luizen door die grote knullen. Zij hadden mij gevraagd, of ik even stil wilde staan. Ik moest één van hen waarschuwen, als er iemand aan kwam. Die knul bleef bij de ingang van een steegje staan. Waar de rest heenging weet ik niet! Ik zou er iets mee kunnen verdienen, had men mij gezegd! Na een poosje, ik had goed opgelet, kwamen ze weer tevoorschijn met tassen vol spullen.
Eén van hen gaf mij dat briefje. Hij zei dat ik niemand iets mocht zeggen van wat ik gezien en gehoord had! Hij ging toen snel achter de anderen aan.
Ik vertrouwde het ineens niet meer. Maar durfde ook niet achter hun aan te gaan.

Toen draaide Jiri zich om en wees naar een streep op de weg en zei: “Ik moest ineens denken aan iets. Dat wij eens een keer een wedstrijd wilden houden, wie het snelst kon hinkelen. Wij hadden een begin- en een eindstreep getrokken. Ik had toen gewonnen. Nu ben ik een verliezer. Ik heb vast aan iets slechts meegewerkt.”

Maar hoe zou dit aflopen? 

Pa loopt naar Lars toe en zegt. “Ons karweitje kan wel wachten. Wij gaan nu meteen naar Jiri en zijn ouders. We bespreken met elkaar, hoe we dit probleem oplossen! Kom op!”