Spelen kan ook met woorden! (128)

De tien woorden in dit verhaal zijn: blik, speelgoed, breien, camera, schildpad, clown, bord, cactus, konijn en dolfijn

Sjaan en Julius gaan met pa, ma en oma naar het strand. Het is prachtig weer! De moeder van ma had gister niet veel zin om mee te gaan. 
Eergister had ze veel te lang rondgelopen in de winkels in het dorp. Wat ze wilde hebben kon ze niet vinden. Oma wilde ook een cactus hebben. Die had ze snel gevonden en gekocht. Het was een heel mooie met een bloem erop. Maar ja, ze bleef maar met dat stekelige geval rondlopen. Zo nu en dan had zij zichzelf geprikt. Wel een beetje dom om eerst zo’n prikplant te kopen. Terwijl ze zelf vaak zei, dat je nooit te oud bent om te leren. Ze had gisternacht slecht geslapen en was gister de hele dag moe geweest.

Maar vanmorgen werd ze blij gemaakt met een heerlijk ontbijt. Dat hadden haar kleinkinderen, samen met ma, klaar gemaakt. Het eten lag op een heel mooi bord. Ma en Sjaan brachten het bij oma. Ze wonen dicht bij elkaar. Ma had gezorgd, dat er ook thee bij was. Als ze na een half uurtje bij oma komen om haar op te halen; is ze al kant en klaar. Zelfs haar breiwerk zit al in de tas. Breien is een hobby van haar. Ze is heel opgewekt en heeft nu veel zin in het ritje naar de zee.

Als ze bij de plek komen waar ze graag willen zijn, is het al behoorlijk druk. Ze zoeken een mooi plaatsje om te genieten van de zee. Er zijn veel kinderen aan het spelen. Het lijkt wel, of er een school of clubs een dagje uit hebben. Er loopt een juffrouw rond, die met een camera foto’s aan het maken is.

Naast hen zitten een man en een vrouw.
De man heeft een grote tas bij zich. Hij kijkt niet blij. Zijn vrouw naast hem zegt: ‘Ach Opip vind je het zo erg? De volgende keer mag je vast wel weer doen, wat je zo graag doet. Moed houden!’ Opip zegt: ‘Ja dan is die kakelende kip er hopelijk niet!’ ‘Bedoelt die man daarmee die vrouw in uniform op het pad naar het strand? Die praatte ook wel heel snel met een hoge stem.’ zegt Sjaan.

‘Ik zou wel eens willen weten, wat hij zo graag wilde doen!’ Terwijl Julian dit zegt, loopt hij naar de man toe. De man hoort wat Julian zegt en grijpt iets uit zijn tas. Het is een rood ding. ‘Dit wilde ik graag spelen, als..:……!’ Hij houdt zijn handen zodanig voor zijn gezicht, dat alleen Julius het kan zien. Julius giert het uit van het lachen. Bijna heeft hij het verklapt door te roepen wat hij ziet. ‘Heb je gehoord, hoe ik genoemd wordt door mijn vrouw?’ ‘Het is een vreemde naam.” antwoordt Julian ‘Opip.’

De man zegt zacht: ‘
Kun je dit lezen?’ Hij laat een papiertje zien? Nu fluistert Julian: ‘Pipo de clown.’ ‘Ja en lees de naam nu eens van achter naar voren!’ ‘Ik zie het!’, is het antwoord. ‘Spelen met woorden vind ik ook leuk!’ ‘Weet jij er enkele?’, vraagt de man. ‘Mag ik met jullie meedoen? Ik vind het ook super!’, vraagt Sjaan. ‘Pa en ma zijn aan het lezen. En oma heeft haar breiwerk weer in haar handen. Ik hoorde, dat jullie woordspelletjes willen doen. Dat vind ik ook super!’ ‘Ik hoorde net, dat pa aan oma vroeg: Je werpt zo nu en dan nog wel een blik op de zee he? Dat doet ze natuurlijk niet met zo’n ijzeren gevalletje! Zo dat was zo’n zoekertje!’, zegt ze lachend.

‘Hoe zullen we beginnen?’, vraagt Opip. ‘Eerst maar eens 5 woorden waarbij in 1 woord 2 woorden zitten?’ ‘Noem er eens eentje?’ wordt er geroepen. ‘Deze kennen jullie vast wel: Speelgoed en nog een paar: schildpad – halsketting – slaapkamer – dolfijn.’ ‘Dat is super duidelijk!’, roept Julius. ‘Van dat soort woorden zijn er vast heel veel. Daar is niet veel aan!’

‘Dan nu maar eens woorden, die meer dan 1 ding betekenen.’ zegt Opip. ‘Maar eens kijken, of we er 10 kunnen noemen!’ Het ene na het andere wordt geroepen. En Opip schrijft alles op. Niet 1 keer, maar 2. Waarom? De juf, die foto’s maakt, had gehoord waar het drietal mee bezig was. Zij vroeg, of zij ook zo’n lijstje kon krijgen. Zij wilde er op school ook mee beginnen. Zo had zij alvast een voorraadje! Opip wilde dat graag doen! Het valt niet mee om zulke woorden te bedenken! Als ze er meer dan 10 hebben, vraagt Opip. ‘Zullen we nu eens woorden zoeken die je van achter naar voren kunt lezen, maar dan iets anders betekenen? Zoals bij voorbeeld mijn naam: opip… pipo,’ zegt Opip lachend.

‘Maar ook die woorden moeten dan iets anders betekenen!’ En er worden weer woorden genoemd! Een heel bedenkwerk! ‘Jullie zijn zo druk bezig! Hebben jullie die donkere wolken niet gezien? Dat belooft niet veel goeds. Wij gaan inpakken en weg wezen.’, zegt mama. ‘Jullie bekijken de woordjes, die ik opgeschreven heb, thuis nog maar eens. Als je ze tenminste kunt lezen!’

Opip en zijn vrouw willen ook weg. Op het laatste moment, voor men vertrekt, komt er een jongen aanhollen. Hij komt uit de duinen, waar hij helemaal niet mag zijn. ‘Ik heb er eentje gezien! En er liepen een heleboel jonkies achteraan. Zo leuk was dat! Een konijn! Die zag ik.’ ‘Jij had daar helemaal niet mogen zijn!’, roept de juf. ‘Dat hadden we toch met z’n allen afgesproken. Je weet wat je nu te wachten staat, als we morgen weer op school zijn!’ Dat het geen lolletje is, kun je aan zijn gezicht zien. Maar hij heeft het wel verdiend!

Het woordenlijstje volgt nu!
1 woord 2 of meer betekenissen
arm – trek – kom –bril – stel – kies – week – zin – zeven –meer – pad – maat

woord lezen van achter naar voren.
Het moet wel een goed woord zijn!
raam – stort – daar – al – po – geel – moord – als – rood – lef – koop en nu jij!