Stiekem iets doen, mag dat? (14)

De tien woorden in dit verhaal zijn: boerderij, heks, verhaal, deur, kast, tuin, Hans, klok, schoorsteen en rivier.

Frank is op de boerderij van oom Bertus. Hij heeft geholpen rode bessen te plukken. Oom heeft een heel grote tuin. Ook heeft hij er gespeeld met de hond op het gazon. Hij is moe en gaat languit op het gras liggen. ‘Ga maar even lekker op het bed in de logeerkamer liggen. Tante Jopie zal je wel waarschuwen als je naar huis moet!’ zegt oom.

Frank gaat het huis binnen. Tante Jopie geeft hem een aai over zijn bol. Ook krijgt hij een lekker glas vruchtensap. ‘Je ziet er moe uit, Frankie’. ‘Ik ga even naar de logeerkamer om te slapen, dat heb ik oom beloofd. Eerst nog even mijn handen wassen’.

In de logeerkamer gekomen, ploft hij met zijn kleren aan op bed. Gelukkig heeft hij zijn vuile schoenen beneden al uitgedaan. Daar zal tante wel blij mee zijn! Hij kijkt even om zich heen.

Hij ziet de grote kast. Hij zou er wel eens in willen kijken! Geen tijd! Zijn ogen vallen dicht. Hij valt in een diepe slaap en droomt!

Hij loopt langs een groot raar huis. Er staat een grote schoorsteen op. Maar wat ziet hij daar nou? Bovenop dat grote ding zit iemand! Het lijkt wel een heks.

Ze roept naar Frank: ‘Zeg me hoe laat het is!’ ‘Ik heb geen horloge’, roept Frank geschrokken. ‘Dat is dan jammer voor je. Jij krijgt iets van je oom en tante, het is nog een verrassing! Ga naar je kamer terug, open de deur van iets waar jij zo graag in zou willen kijken. Je zult zelf zien wat er gebeurt. Hahaha’ en weg is zij!

Frank schrikt wakker! Hij kijkt naar de deur van de kast. Die staat open. Heeft hij dat gedaan voor hij ging slapen? Wat een rare droom was dat toch! Wat moet hij nu doen?

Hij stapt uit bed. Doet vlug de deur van de kast dicht. Hij ziet nog net in de kast op een plank een klok staan. Zou dat de verrassing geweest zijn, die hij niet had mogen zien? Toen de klok nog in de woonkamer stond, heeft hij vaak gezegd: ‘Wat vind ik dat een mooie klok!’

Op dat moment roept tante: ‘Je moeder heeft gebeld. Zij wil dat je zo gauw mogelijk thuiskomt. Je vriend Hans is er en wil samen met jou iets leuks doen bij de rivier!’ ‘Vissen!’ roept Frank blij. ‘Daar hebben we plannetjes voor gemaakt.’ Hij gaat meteen naar huis.
Als de vrienden aan het vissen zijn, vertelt Frank over de rare droom, maar ook over de klok. Had hij die twee keer gezien?!

‘Je had hem helemaal niet moeten zien! Je moet helemaal niet stiekem in een ander z’n spullen gluren. Is dat jou niet gezegd? Vast wel! Misschien droomde je er daarom van!
Pas op! Je hebt beet!’ Frank trekt de hengel omhoog. En ja hoor! Er spartelt een vis aan!