Stout geweest zijn en dan toch een cadeau krijgen? (129)

De tien woorden in dit verhaal zijn: sleepboot, trekker, giraf, weegschaal, munten, dokterstas, eierdoos, paard, wieg en jas

Nico maakt vanmiddag met zijn vader een tochtje met de auto. Thuis loopt hij maar een beetje in de weg. Zijn moeder ligt in bed. De dokter is vanmorgen geweest. Nico weet dat mama een baby krijgt. Maar dat zou toch nog lang niet gebeuren. Ze hadden gezegd, dat het na zijn verjaardag zou komen. En dat duurt jammer genoeg nog een hele poos. Hij is nieuwsgierig, of het een jongen of meisje is. In de slaapkamer van pa en ma staat de wieg al klaar.

Pa heeft vanmorgen op Nico moeten mopperen. De knul deed iets heel doms. Toen de dokter bezig was met onderzoek, zag Nico, dat de dokterstas open stond. Hij zat vlak bij de deur. Hij kroop naar binnen en deed de klep omhoog. Hij wilde iets pakken om het beter te kunnen bekijken. Toen kwam pa eraan. Die greep Nico bij zijn bovenarm en sleurde hem weg. Toen de dokter vertrokken was, hebben pa en ma een poosje zitten praten. Ze bedachten een plannetje!

Janus een schipper van een sleepboot had gister een seintje gegeven. Hij lag weer met zijn schip in de buurt. Vorig jaar hadden ze met z’n allen een paar leuke dagen beleefd op de boot. Nico had het ook geweldig gevonden. Hij wilde best een keertje alleen mee. Dan zal je toch eerst je zwemdiploma moeten hebben. Dat hadden zijn ouders gezegd. Daarvoor is hij met vlag en wimpel geslaagd. Het is misschien een idee om Nico mee te laten varen.

Mama ligt op bed en haar hulpen hebben dan geen werk van hem erbij. Pa neemt contact op met Janus en in korte tijd is alles geregeld. Als het Nico verteld wordt, is hij dolblij. Pa zegt er nog wel even bij, dat het geen beloning is voor zijn gedrag van die morgen. Dat snapt Nico heel goed. De koffer van Nico is gauw gevuld. Het afscheid nemen van ma is voor allebei niet leuk. Er rollen wel een paar traantjes. Maar als hij in de auto zit, is dat leed gauw voorbij. ‘Gelukkig heb ik aan je jas gedacht en meegenomen.’ zegt pa. ‘Op de boot kan het best fris zijn!’ ‘Oh ja. Je gedraagt je wel goed he? Ik wil geen klachten horen. Want dat betekent dan wel: Eens maar nooit weer!’

Daar ligt de boot. Lekker in het zonnetje. Nog wel! Snel eten ze een eenvoudige, gezonde maaltijd met elkaar. Dan wordt pa door het drietal uitgezwaaid. Dorien, de vrouw van Janus, staat er ook bij. De bedoeling is, morgen vroeg te vertrekken. Dat lukt prima.

Al heel vroeg worden ze wakker gemaakt door een trekker, die met veel lawaai langs de boot rijdt. Voor de boer begint de dag ook vroeg in de ochtend. Als ze lekker zitten te ontbijten, horen ze buiten weer een geluid. Het getrappel van een paard. ‘Mag ik even door het raam gaan kijken?’, vraagt Nico. Janus vindt het prima. ‘Wat een mooi beest is dat. En wat loopt hij stoer!’

Als ze klaar zijn met het smullen ruimt Dorien de boel op. De lege eierdoos wordt in de afvalzak gegooid. Janus werpt de volle zak in een daarvoor bestemde bak aan de wegkant. Het vaarwater moet natuurlijk schoon blijven. Niet iedereen is zo netjes.

Er komt een man aanrijden op de fiets. Hij heeft een pakje drinken in zijn hand. Het is kennelijk leeg, want hij gooit het met een grote boog weg. En waarop? Op het dak van het woongedeelte van de boot. Nico ziet het. Hij waarschuwt Janus. Maar die is te druk bezig. Dorien heeft het gehoord en komt eraan. ‘Kun jij op dat randje gaan staan en zien waar het precies ligt?’ Hij probeert het, maar hij is te klein. ‘Als ik een giraf was, zou het misschien wel kunnen!’, zegt hij lachend. Hij kijkt om zich heen. Heerlijk! Direct gaan ze varen.

Dorien heeft al veel klusjes gedaan. Als ze vertrekken gaat zij met een zucht op een stoel zitten. ‘Wil je mij die krant even geven. Die heb ik net gekocht.’ Als Dorien de krant openslaat. Ziet ze een grote foto op de voorpagina. Er staat een vrouw op met een droevig gezicht. Daaronder nog een foto van het oude winkeltje van die vrouw. Het is een rommeltje daarbinnen. De oude weegschaal ligt in vele stukken op de grond. Die is van de toonbank geschoven of gevallen. Er staat ook een ladekastje. Maar alle laden liggen leeg op de grond. Daar hadden veel oude munten in gezeten. Die waren allemaal gestolen. Wat een ellendig nieuws. Wat die vrouw overkomen is, is heel verdrietig voor haar. Dorien legt de krant neer.

Gelukkig zijn er ook leuke dingen in het leven! ‘Goeie vaart!’, roept een voorbijganger. Ze ziet haar man en Nico bij het roer staan. Twee blije gezichten!