Van verhaaltjes kun je ook vaak wat leren! (127)

De tien woorden in dit verhaal zijn: knop, olifant, schipper, steen, kogel, trampoline, straat, knikker, oog en touw

‘Mijn opa kan zulke mooie verhalen vertellen’, dat roept Victor door de klas. ‘Waarover allemaal?’ vraagt Astrid. ‘Over een schipper, die met zijn boot naar veel landen geweest was. Hij had daar veel gezien en beleefd. Gister had hij het over een olifant. Die moest door een poort om bij haar jonkie te komen. Die was er stiekem doorheen gegaan. Maar ja, wat dat jonkie wel kon, kon zij niet. Jullie weten vast ook wel, waarom dat niet ging!’ Hoe groot was die poort dan. Zo groot als de deuropening hier in de klas?’, vraagt Bram.

‘Kunnen jullie een beetje zachter praten?’, vraagt een andere juf, die door de gang loopt. Ze heeft de deur van de klas open gedaan. ‘Jullie juf komt er zo weer aan!’ Ze laat de deur open. ‘Ik hoor wat!’, zegt Astrid. ‘Daar heb je dat grote beest!’, gilt ze. Hun juf komt de klas binnen.

‘Hoe durf je zoiets te zeggen!’, zegt ze boos. ‘Astrid, jij mag voor straf tijdens de pauze niet naar buiten.’ Ze kijkt echt boos. Als de pauzebel luidt, vertelt vlug Wouter aan haar, waarom Astrid dat gezegd heeft. Astrid krijgt een traan in haar oog, als ze dan toch naar buiten mag. Ze wil zo graag even mee springen op de nieuwe trampoline op het grasveld. Het is toch echt weer eens iets anders, dan het springen met een touw. Dat doet ze ook graag hoor!

Er loopt een man op straat hen voorbij. Wat heeft die op zijn rug hangen? Het lijkt wel een geweer. Zou hij echt gaan schieten? Dat doe je dan toch met een kogel. ‘Dag oom Jeroen, ga je weer naar de club?’, vraagt Bram. Oom knikt ja. ‘Daar wil ik later ook lid van worden!’, roept
Victor.

Hij pakt een grote steen van het grasveld en legt die aan de kant. Dat is voor iedereen veiliger. Aan de kant zitten twee kleine meisjes.
Ze hebben allebei een knikker in hun hand. ‘Zullen we dit in onze mond doen? Doorslikken mag niet, dan zijn we hem kwijt.’ , roept eentje.
Stikken ook niet, denkt Victor. ‘Niet doen!’, roept hij. ‘Jullie krijgen wel lekkere drop van mij. Ik ga het even halen!’ ‘Ik lust geen knop!’, roept een van de meisjes. ‘Hij zei iets anders, iets wat jij ook heel lekker vindt.’ 

Als Victor komt, is hij niet alleen. De juf loopt naast hem! Die heeft de meisjes vast wel iets te zeggen.