Voor Marnix een gelukje bij een mislukte diefstal. (93)

De tien woorden in dit verhaal zijn: spaarvarken, pauw, brok, friet, verjaardag, gordijn, zalf, poep, radio en bed

Marnix wordt met een schok wakker. Er klinkt keiharde muziek.
Is zijn grote broer weer bezig met de radio?
Soms zet hij dat apparaat per ongeluk veel te hard.
Nu staat hij weer zacht. De muziek is wel heel mooi.

Marnix beweegt mee op het ritme van de melodie. Van slapen komt niets meer.
Hij springt uit zijn bed en doet wat hij elke morgen moet doen: wassen en aankleden en natuurlijk de tanden niet vergeten!
Als hij daarmee klaar is, komt zijn moeder uit haar slaapkamer.
Ze wensen elkaar goede morgen.

“Hoe is het met je hand? Moet daar nog zalf op en een pleister?
Laat maar eens zien. Dat ziet er goed uit! De wond is dicht. Ik zal er toch even een pleister op doen voor de veiligheid!”

Ze gaan met z’n drieën even boterhammen eten aan de keukentafel. Daarna moeten de jongens naar school.

Mama gaat vandaag alles klaarmaken voor de verjaardag van Jasper morgen.

Gelukkig is papa er dan ook weer. Hij heeft een kort uitje geregeld. Alle feestgangers kunnen mee!
Op de terugweg gaan ze dan met z’n allen lekker friet eten. Met lekkere dingen erbij natuurlijk!

Marnix heeft een cadeau voor zijn oudere broer gekocht. Van zijn eigen spaargeld. Bijna alles had hij gebruikt.

De dag gaat voorbij. Ook de nacht die volgt.
Dan is de feestdag er. Een vrije dag voor iedereen.

Ze staan niet laat op. Jasper is zo nieuwsgierig naar zijn cadeau.
Hij is er heel vroeg uit. Het gaat niet zo zachtjes en dan weet je het wel!

Van pa en ma krijgt hij een fiets. Dolblij is hij daarmee.
Van zijn broertje krijgt hij iets veel kleiners, maar ook daar is hij heel blij mee. Hij juicht!

Het is een mini-motorfiets. Die kan hij op de plank van de open kast op zijn kamer zetten.
Later wil hij graag een echte motor hebben.

Ze ontbijten niet te lang. De opa’s en oma’s en nog een aantal familieleden komen koffie drinken met wat lekkers erbij natuurlijk.
Ook van hen krijgt hij dozen en pakjes, die allemaal uitgepakt moeten worden. Marnix helpt hem daarbij.
Het meeste vindt hij super. Als de visite weer vertrokken is, ruimen ze met elkaar de rommel even op.

Het middageten slaan ze over. Om 3 uur is het weer een hele drukte.
Als iedereen aanwezig is en alle pakjes uitgepakt zijn, klinkt er ineens muziek.
Er is er een jarig, hoera hoera …… Iedereen zingt mee!

Er stopt een bus, een kleintje, voor de deur.
Iedereen stapt in en ze gaan naar een park, waar allerlei verschillende vogels te zien zijn.
In kooien, groot en klein. Ook een pauw loopt er te pronken met zijn prachtig gekleurde veren. Wat is dat mooi!

Er is ook een restaurant in het park. Daar wordt iets gedronken en gesnoept van allerlei soorten gebak.
Eén van de jongens verslikt zich. Hij had een te groot stuk gebak in zijn mond gepropt. Een grote brok daarvan, valt op de grond.
Alles loopt goed af!

Op de terugweg wordt er gegeten. Je weet al wat. Iedereen wordt thuisgebracht met het busje. Het laatst de jarige met zijn ouders en Marnix. 

Als pa de voordeur open wil doen, gilt de jongste: “Daar ligt mijn spaarvarken!” Hij loopt er naar toe en pakt hem op.
“Waar had je die neergezet?”, vraagt ma. “Op de vensterbank, achter het gordijn”, is het antwoord.
“Dan was hij van buiten af dus wel te zien!”, zegt ma.
Er staat een klein raampje, hoog in het kozijn open. Zou iemand daardoor iets gepikt kunnen hebben.
De buurman komt naar buiten. Hij zegt, dat hij een knul op de vensterbank heeft zien staan. Aan zijn schoen zat poep van een hond. Dat was nog te zien aan de platgetrapte drol. Op de vensterbank zat een beetje.

Wie die knul was, hebben ze niet kunnen ontdekken. Hij was kennelijk geschrokken van de buurman en gevlucht.
Hopelijk is het een les geweest. Stelen doe je niet! 
De buurman heeft wel een berichtje, over wat hij gezien had, naar het politiebureau gestuurd.
Misschien kunnen zij het gebruiken bij een onderzoek!