Wat een dag! (57)

De tien woorden in dit verhaal zijn: kaas, kip, wortel, jammer, vis, Fanta, triangel, glas, koek en tram

“Bernie, weet jij wat de naam van de eerste maand van het jaar is?”, vraagt Opa.
“Eh ja dat is december, eh ik bedoel januari.
December is de laatste maand.
In december komt
Sinterklaas altijd en vieren we Kerstfeest” antwoordt Bernie.

“Ja, dat heb ik al vaak gevierd”, zegt Opa lachend.
3 feesten in 1 maand. Ik ben 2 dagen voor de Sint jarig.
Ik kreeg dan bijna altijd een mooie grote kaars”.

“Die kon dan met de Kerst branden”, roept de de jongste.
“Zo was dat”.


Bernie was aan het knippen, tekenen en plakken.
Zo te zien heeft hij er geen zin meer in.

Opa kijkt naar de rommel op de tafel.
“Bernie, je weet het, oma is naar haar zus en komt pas tegen de avond terug.

Jij wilde toch zo graag nog een keertje met de tram rijden?
Zullen we dat vandaag doen?
We rijden met de auto een eindje om bij de tramhalte te komen”.


“Opa je bent super”, gilt Bernie.

“En jij bent nog nog meer als super, als je die troep op de tafel opruimt.
Ik pak vlug een glas met Fanta voor jou en voor mij een mok koffie en een koek voor ons allebei.
Kijken wie het eerst klaar is!”.


Als Opa weer in de kamer komt, zit Bernie trots met zijn armen over elkaar.

“Alles ligt op z’n plaats. Ik heb gewonnen”.
“Bijna”, zegt Opa.
“Kijk eens achter die vaas met bloemen op tafel!”
En wat ligt daar?
Een wortel, half opgeknabbeld door de “winnaar”.
“Oh wacht, je hebt echt gewonnen. Ik ben vergeten de koffiemelk in de mok te doen”.
“We hebben allebei iets vergeten”, zegt Bernie. ” Dan is het toch gelijkspel?”.
Ze geven elkaar lachend een hand.

En nu naar de auto. Het is gelukkig mooi weer.
Het wordt steeds drukker.
Eindelijk komen ze in de buurt van de tramhalte.
Opa parkeert de auto.

“Over 5 min. komt hij”, zegt Opa.
Het duurt wel wat langer, maar dat is niet erg. Er is zoveel leuks te zien!
“Opa”, juicht Bernie,
“Ik zie hem!” Het voertuig stopt. Instappen en rijden maar!

Er zitten 2 vrouwen achter hen. Ze spreken nog al luid.
Ze gaan naar een markt.
“Zullen wij daar ook heen gaan” vraagt Opa.
“Als ik hoor wat er allemaal te zien is, zeg jij geen nee”.
Als de dames uit willen stappen, vraagt Opa nog vlug: “Is de markt hier?”.
“Ja, volg ons maar”, zeggen ze tegelijk.
Dat hoeven ze niet lang te doen.

Een kort straatje verder horen en zien ze al veel drukte.
Er staat een grote kraam waar vis wordt verkocht.
Er mag een stukje geproefd worden.
Opa neemt een stukje, maar Bernie niet.
Een poosje geleden had hij wel een stukje aangenomen.
Maar hij vond het zoooo vies. Brrr!
Gelukkig had hij er een stukje papier bijgekregen.
Daar verdween het hapje in en toen in de afval……..

“Ach Opa, kijk daar eens, wat zielig.”
In een grote mand zit een kip.
“Zijn er nog liefhebbers?”, roept de verkoper.
“Het is de laatste, lest – best. Ja hoor, daar komt nog een man op klompen aanlopen.”

“Ik wil die laatste nog wel, kan die naar haar vriendinnen”.
Hij opent zijn kleine mand. Het beestje verhuist.


“Zij is over een kwartiertje weer vrij”, zegt hij tegen de angstig kijkende Bernie.
“Vrijheid, blijheid hé!?
Zij krijgt er veel vriendinnetjes bij.
Zoveel vriendjes heb jij vast niet”.
Ze lachen nu allemaal.

“Wat zijn dat voor dingen?”, vraagt Bernie.
Opa kijkt even goed.

“Volgens mij is dat een triangel.
Een vriendje van mij had ook z’n instrumentje.
Je kunt er muziek mee maken”.


De verkoper pakt een stokje en slaat er tegen aan. Er is wat geluid.

“Als je er goed op leert spelen klinkt het heel leuk”. zegt de verkoper.
” Ik ga toch liever op pianoles”.
Je weet wat er na marktbezoek moet gebeuren. Heeel veel.